Cathalijn Wouters

Kunstwerken
Overzicht

Cathalijn Wouters (1955), geboren in Tilburg en momenteel woonachtig en werkend in Nederland, studeerde in 1980 af aan de St. Joost Kunstacademie in Breda.

 

Elegantie is volgens de Franse schrijver Guy De Maupassant de kunst alles net even anders te
doen, terwijl je het doet lijken alsof je alles juist wel als alle anderen doet.
Het werk van Cathalijn Wouters is elegant. Allereerst door de lijnvoering van haar penseel. In
zijn fijne sierlijkheid raakt die soms aan Oosterse kaligrafie. Toch is Wouters’ werk minstens zo
elegant in de manier waarop ze haar plaats binnen de kunstgeschiedenis aftast. Ze zet zich niet af. Ze
volgt ook zeker niet klakkeloos na. Met de verwijzingen naar bijvoorbeeld Henri Matisse of Pablo
Picasso speelt ze bijvoorbeeld niet eenvoudigweg leentjebuur, maar verhoudt ze zich moedig tot hun
werk. Door haar invloeden prijs te geven, laat Wouters ten volle zien wie ze is. Zoals fotolijstjes op
een schouw een afkomst tonen.
In Wouters’ recentste schilderijen staat het kunstenaarsatelier centraal. Een opmerkelijk
onderwerp. Alle ateliers lijken op elkaar. Alle ateliers zijn afwijkend op hun eigen wijze. Dat komt
omdat de atelierruimte bij uitstek tweeslachtig is. Enerzijds is het een plaats waar de kunstenaar zich
uit de wereld terugtrekt, waar zij de deur sluit voor het wild gewemel buiten, en zich terugwerpt op
het meest wezenlijke en welbeschouwd het enige dat zij tot haar beschikking heeft: haar techniek en
haar persoonlijkheid.
Anderzijds is het atelier een soort schuttersputje, een verscholen bivakoord van waaruit de
kunstenaar wat verder in de wereld gebeurt juist nauwlettend kan gadeslaan. De ramen van de
werkruimte worden een vergrootglas. Feitelijk verkleinen ze het zicht van de kunstenaar, maar
tegelijkertijd wordt door die geconcentreerde focus de blik juist verhevigd en geïntensifieerd.
Wouters’ doeken zijn daarvan schoolvoorbeelden. Al dan niet onbewust is het nodige uit de
omgeving van haar atelier in haar werk terecht gekomen. Op sommige schilderijen herinneren
zwierig gekromde lijnen aan de takken van de fraaie boom op de binnenplaats waar Wouters op
uitkijkt. Andere schilderijen hebben kleurrijke, maar grillige patronen die sterk doen denken aan de
pittoreske wirwar van steegjes, straten en wateren van de buurt waarin Wouters’ atelier staat.
Tezamen met de al eerder aangehaalde citaten uit het oeuvre van de grote, wereldvermaarde
schilders bieden ze een blik op wat Wouters bezighoudt en wat haar in zekere zin ook bepaalt.
Dat is niet het hele verhaal.
Hoeveel er ook uit de zicht- en tastbare wereld in Wouters’ werk komt binnengewaaid, haar
schilderijen gaan, in minstens even belangrijke mate, over wat niet zicht- of tastbaar is. Over
gevoelens, gedachten, verlangens.
Ook daar komt iets tweeslachtigs aan het licht. Op een van de nieuwste schilderijen kijkt een
vrouw naar een verstrengeld stel op een tafel. Doordat van het paar de grootste figuur sterk aan een
werk van Henri Matisse doet denken, is het waarschijnlijk dat dat deze vrouw naar een afbeelding
kijkt. Fraai vergroot Wouters zo de dubbelzinnigheid. Het verlangen dat uit het werk spreekt is
evident, maar waarop richt dat verlangen zich? Op de erotiek van het paar en dus op wat is
afgebeeld? Of op de sensualiteit van de vormen en dus op hoe het stel is afgebeeld. Waar de vrouw
ook naar kijkt, waarschijnlijk kijkt ze zich zo moed in. De moed zelf een stap te zetten.
Of die durf betrekking heeft op amoureuze dan wel artistieke verlangens, maakt uiteindelijk
weinig uit. Waarschijnlijk richt het verlangen van de kijkende vrouw zich tegelijk op allebei. Maar
misschien (deze zienswijze sluit de andere in geen geval uit) ziet de vrouw op het doek eenvoudigweg
exact dat wat wij als kijker ook zien: de intimiteit van twee geliefden. Het maakt het getoonde niet

minder meerduidig: want zien we een herinnering of een wens? Zien we iets persoonlijks dat wordt
gekoesterd of juist iets van een ander dat wordt benijd?
Precies dat brengt ons ten slotte bij het meest opmerkelijke in Wouters’ werk: de grote
eerlijkheid.
Wouters’ werk geeft een openhartige inkijk in wat haar heeft gevormd en nog altijd vormt; in
wat haar inspireert en voortdrijft. Die openlijk beleden eerbied voor het waardevolle van het
verleden is echter opnieuw een bron voor dubbelhartigheid: hoe verwerft een kunstenares die zich
zo bescheiden ten opzichte van haar voorbeelden opstelt toch een plaats in hun nabijheid?
Meer en meer eist deze intrigerende paradox ruimte en aandacht op in Wouters’ werk. Dat
werk wordt diffuser, er staat meer spanning op. Tekenend is dat op veel van de doeken een
werktafel letterlijk centraal staat. Daaromheen gebeurt van alles: de kijker ziet her en der kleine
portetten, stillevens, werelden op zich, die in de grotere context van het schilderij, ineens in verband
staan met elkaar.
Maar de kijker ziet ook patronen die aan de architectuur of het natuurlijke leven van de
omgeving zijn ontleend. En de kijker ziet prachtige kleurvlakken op de achtergrond. Vaak
pastelkleuren die op het linnen van de ondergrond een poederachtige broosheid krijgen. Dit tegelijk
tedere en bonte samenspel tekent Wouters als de kunstenaar die zij momenteel is. Iemand die zoekt,
die moed vergaart, meer en meer aan de vrijheid raakt, aan het verlangen daar te geraken waar ze
anderen haar zijn voorgegaan, maar waar zij nog niet eerder was. Die vrije mentale ruimte bevecht
ze nu op wie haar voorging en op zichzelf. Ze doet dit met een ingetogen flair en met open vizier. Zo
is ze voor iedereen zichtbaar met wat haar ten diepste karakteriseert: een elegantie die voor
Cathalijn Wouters zwaar bevochten, maar ten diepste beschouwd in wezen volkomen natuurlijk is.

Mischa Andriessen

 

Video