Art Rotterdam

January 23, 2020

Joana Schneider en Florentijn de Boer duo-presentatie

Rademakers Gallery

Art Rotterdam 

Van Nellefabriek

Standnummer 69
6 t/m 9 februari 2020

 

 

Florentijn de Boer en Joana Schneider. Twee jonge, veelbelovende, vrij recent aan de KABK afgestudeerde vrouwelijke kunstenaars die niet alleen na hun afstuderen een vliegende start maken, maar beiden op totaal verschillende wijze kiezen voor het creëren van monumentale en kleurrijke werken, waarbij het bewustzijn voor de natuur, duurzaamheid en hergebruik een rol spelen.

 

De getalenteerde jonge kunstenaar Joana Schneider (1990) toont met haar solo-expositie op Art Rotterdam werk dat grafischer en abstracter is dan haar eerdere organisch gevormde maskers van kleurig gerecyclede visserstouwen en -netten uit de havens. 

 

 

Ze laat zich echter inspireren door dezelfde omgeving: de havens van Rotterdam. Gefascineerd door de gestapelde en in prachtige kleuren uitgevoerde containers die je daar aantreft, raakte de kunstenaar onmiddellijk geïnspireerd om een abstracte en ruwe compositie te creëren. 

 

Joana Schneider maakte een vliegende start. In haar laatste jaar aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in 2018,

won ze de Keep An Eye Textiel- en Modeprijs, daarna werd ze al gauw bekend vanwege haar kleurrijke maskers met een enorme zeggingskracht. Met zes centimeter dik touw van gerecycled polypropyleen en garens van gerecyclede PET-flessen heeft ze al verschillende series gemaakt zoals Totem serie en de “King of Atlantis”. De krachtig gevormde koppen met dramatische, theatrale, aandoenlijke en clowneske uitdrukkingen, dragen stuk voor stuk de sporen van hun eerdere leven in de zee.

 

Schneider laat zich inspireren door de vissers en de visnetvlechters in de havens, wiens technieken en het ambacht ze vertaalt in eigentijdse textieltechnieken. De visnet- en touwvlechters zijn zowel haar leermeesters als de onuitputtelijke leveranciers van hun gebruikte materialen die zij een prachtig tweede leven geeft.

 

 

Joana houdt van het ruwe, verweerde touw en de netten die sporen van gebruik en olie in zich dragen. ‘Het is duurzaam, lokaal ‘geoogst’ materiaal,’ zegt ze, ‘waar ik in vrijheid uit mag kiezen. Ik heb geen water of energie nodig om het tot garens te verwerken.’ 

 Ook begeeft ze zich als enige op een niet eerder aan textiel gerelateerd terrein. ‘Het is een gebied dat gedomineerd wordt door mannelijke ambachtslui.’

Joana vindt vrijheid binnen de restrictie die het materiaal heeft. Ze ziet het als een luxe dat ze nog zoveel mogelijkheden ziet. ‘In mijn hoofd zit een constante stroom van nieuwe ideeën, waardoor het materiaal een onuitputtelijke bron is waarmee ik voor altijd vooruit kan’, zegt ze. 

 

Daarin zet ze grote stappen, ze ontwikkelt zich snel. Zo vervaardigde ze een machine waarmee ze makkelijker het ruwe visserstouw met glanzende garens in allerlei kleuren kan omwikkelen. Ze experimenteert met het verven van de touwen, en zelf met het breien van het materiaal. Daarnaast gebruikt ze het zogenoemde pluis, een reeks lange dunne slierten van polypropyleen die vissers onder de netten vastknopen tegen het beschadigen van de vissersnetten wanneer ze over de zeebodem slepen. Ze maakt er gelijknamige wandwerken mee die een beweging meekrijgen vanwege de suggestie van druipen, of die zelfs letterlijk wapperen bij een zuchtje wind.  

Ook resulteren haar ideeën in werken die vrijer van vorm zijn of in driedimensionale vloersculpturen, waaronder Oshin Mother. Het kleed is van bovenaf gezien een vrouwentorso waarvan haar ene oog een stoeltje van touw is waar je op kunt zitten, terwijl haar borsten twee (fruit-) manden vormen.

 

Florentijn de Boer (1993) maakte net als Joana Schneider een vliegende start. Pas twee jaar geleden afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, aan de richting schilderkunst,werkt ze vol overgave aan een zich snel ontwikkelend en verdiepend oeuvre.  ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik niet werk. Ik werk heel hard, offer alles op, heb een totale focus’, zegt ze zelf.

Haar werken zijn opgenomen in talloze bedrijfscollecties zoals van Nationale Nederlanden en Deloitte. De jonge kunstenaar is genomineerd voor de prestigieuze Piket Kunstprijzen 2019 in de categorie schilderkunst, een prijs bedoeld voor professionele jonge, veelbelovende kunstenaars. Suzanne Swarts, directeur van Museum Voorlinden, noemt Florentijn typisch een kind van haar generatie, omdat ze open staat en voortdurend bezig is om informatie in zich op te nemen als een spons, nieuwe dingen te leren vanuit een hunkering naar mooie verhalen, en die  op een eigen manier te vertalen in tekeningen en schilderijen.

 

 

 

 

De enorme schilderijen van Florentijn de Boer komen tot stand door de bundeling van talloze verfijnde en gedetailleerde zwart-wit tekeningen die flarden uit de (imaginaire) werkelijkheid verbeelden. Ze gebruikt deze ingezoomde fragmenten uit andere vreemde werelden als het magisch realisme, science fictionfilms, graphic novels, kunstboeken, gedichten, die ze over elkaar legt tot nieuwe, gelaagde, Illusionaire verhalen ontstaan. Rijke verhalen die voortkomen uit haar eeuwige honger naar kennis en oog voor details, waarbij haar brein alle kennis absorbeert, opslaat en constant aanvult.

 

De getekende fragmenten zet ze over op het doek. Zo voegt ze het uiterlijk van het canvas samen met de gelaagde amorfe vormen en creëert levendige, energieke, associatieve, fluïde voorstellingen vol beweging, kleuren en texturen. Florentijn gebruikt haar handen als gereedschap om met oliepastel zowel solide als vloeibare streken aan te brengen op het bewust zichtbaar gehouden ruwe linnen. Zo wordt een nieuw beeld gevormd, een landschap waarin de beweging bevroren is in de tijd. 

 

Een bijzonderheid aan het werk van Florentijns is dat referenties en associaties met beelden uit de werkelijkheid nauwelijks te maken zijn. De geschilderde illusies zijn een reis voor het oog naar een nieuwe onbekende wereld die we niet in een blik kunnen vangen of bevatten. Kijken betekent zowel letterlijk als figuurlijk, ergens doorheen kijken, iets doorzien, zicht krijgen op iets of iemand. ‘Ons natuurlijke verlangen naar kennis, naar zintuigelijke waarnemingen en transparantie’, zegt Florentijn, ‘ontstaat uit de wil om te weten hoe de wereld in elkaar zit, zoals Aristoteles bijna vijfentwintig eeuwen geleden in zijn Metaphysica Alpha schreef.’ Dat verlangen wordt bij de kijker niet helemaal ingelost. Florentijn speelt niet alleen met transparantie, vormen en gelaagdheid, maar kiest bewust voor grilligheid en ongrijpbaarheid. ‘Ik geef, jullie mogen het afmaken’, zegt ze. Haar werken fascineren mateloos, geven vrijheid tot eigen interpretaties, maar we kunnen er niet geheel vat op krijgen. 

 

Door bewust het canvas niet geheel te beschilderen geeft ze het werk lucht. ‘Waarom zou je het doek vol schilderen, ik schilder wat nodig is’, zegt ze erover. Tegelijkertijd speelt ze met het medium schilderkunst dat zij als een vrij rigide, bewegingsloos en zich strikt binnen de kaders van een canvas afspelend medium ziet. Haar schilderijen zijn zo gemaakt en geïnstalleerd, dat ze juist refereren aan beweging en verandering; zo rekt ze de ongeschreven regels binnen de schilderkunst wat op.

 

 

 

 

 

 

 

 

Add a comment